

|
DE GESCHIEDENIS VAN DE RHODESIAN RIDGEBACK IN NEDERLAND.
Bureaucratie
is de aanleiding geweest, waardoor voor zover bekend, een Rhodesian
Ridgeback voor de eerste maal voet(en) zette op Nederlandse bodem. Ida
Veldhuyzen van Zanten, enige dochter uit een bollenkwekersgezin met
zes zonen uit Hillegom, was in September 1945 een kleine
luchtvaartmaatschappij begonnen voor vluchten naar en in Afrika.
Met Pegasus is zij, dus toen haar verblijfsvergunning geweigerd werd, naar Engeland gevlogen. In Londen aangekomen werd haar vliegtuig onderworpen aan een inspectie door de douane en mogelijk smokkelwaar,en hoewel Ida hem zorgvuldig verborgen had kon Pegasus het niet laten de aandacht te trekken door luid te blaffen. "Oh, you've got a dog in the plane"!, waren de woorden van de inspecterende beambte en dus ging het smokkelfeest niet door. Pegasus moest in quarantaine en dat wilde Ida hem niet aandoen, dus meteen de boot genomen en via Calais naar Nederland gekomen. Ida ging in
Voorschoten wonen, recht tegenover een kippenrestaurant. Dit
kippenrestaurant had een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de toch wel
gulzige Ridgeback. Deze hond met de eigenaardige tegendraadse streep haren op de rug bleef in Nederland niet onopgemerkt. De bekende Nederlandse kynoloog P.M.C. Toepoel, tevens huisvriend van de familie van Zanten, toonde bijzonder veel belangstelling voor het ras en ijverde voor de introductie van de toen nog als "Pronkrug" bekend staande en niet als ras erkende hond. In de zomer van
1947 importeerde Mevr. Goedhart-Bakker-Hofbauer twee Pronkruggen van
fokker L.H. de Geus uit Ermelo Zuid-Afrika. Dit waren halfbroer en halfzus
"Ntombi In-Gonyama" en "Indoena In-Gonyama",
respectievelijk geboren op 29 Juni 1947 en 1 Augustus 1947. In de jaren
1949 tot 1970werden er slechts elf geregistreerde nesten geboren met in
totaal eenentachtig pups. De kennels "van de Tafelbaai", "Campina's
van Staveren", "van de Stilbaai", "Chitambo's" en
"van't Zand" waren destijds actief en zijn te vinden in het
archief van het Raad van Beheer te Amsterdam. |
|
De Rhodesian
Ridgeback Ruim honderd jaar geleden jaagde een
befaamde jager op grootwild in Rhodesië (nu Zimbabwe) met zijn meute
honden. Zijn naam was Cornelis van Rooijen en zijn meute jachthonden
bestond uit zeer uiteenlopende kruisingsproducten van de destijds algemeen
voorkomende populaire Europese rassen. In de meute waren exemplaren die in
grootte en exterieur varieerden van kleinere doggen tot terriërs. Een
grote diversiteit in kleur was aanwezig, doch eenkleurig geel en rood, als
ook gestroomde honden zag je het meest. Van Rooijen wist door strenge
selectie een jachthond te verkrijgen die bijzonder geschikt was voor het
jagen onder de barre omstandigheden. Een hond die weinig gevoelig is voor
de in ruime mate aanwezige parasieten, een hond die om weinig verzorging
vraagt, een die niet overmatig veel voedsel nodig heeft, een die lang
zonder water kan, een die zowel op zicht als ook met de neus jaagt, een
die het kamp of de boerderij kan bewaken, een die behoorlijk snel kan
lopen, wendbaar is en over de nodige spierkracht beschikt, een die over
een groot uithoudingsvermogen beschikt … Cornelis kreeg het voor elkaar
om een dergelijke hond te fokken en hij werd door andere jagers zeer
gerespecteerd. Velen kochten bij hem hun honden of combineerden ze met de
zijne. Op zijn boerderijtje in Plumtree waren er altijd wel
belangstellenden die zeer onder de indruk waren van de band die Cornelis
met zijn honden had. DE RIDGE
Geschreven door Jan Coppens voor "Onze Hond" |
of klik op de Button voor E-mail info

Ga naar onze Ridgeback Site
Ras - Standaard
Stambomen
Puppy's
Historie
Informatie
Links
Nakomelingen
Home
Puppydag 2006